background image
Ruim 2 m verder staat men vóór de ingang van de grot; hij heeft een ogivale
(= spitsboogvormig) boog; hij werd pas later aangebracht en daarmee was
de zuidelijkste van de 3 nissen van de grot verdwenen (c).
De ingang van de grot was vroeger meer naar links (d), of naar ‘t westen en
1 m breed (d). Met twee afdalende treden leidt hij in de grot. De 3 nissen
waren door vlechtwerk of tapijten tot drie slaapcelletjes ingericht.
Binnentredend door ingang (d) had men rechts vóór zich de haardmuur die
de eigenlijke grot ongeveer in tweeën verdeelde (e).
Later was die haardmuur weg en de grot vormde één ruimte, nog ruimer in
haar omvang dan de voorplaats in haar kleinste afmetingen.
Daarna werd in zijn plaats een scheidsmuur gezet, de eerste ruimte tot kapel
ingericht en hier stond tegen de scheidsmuur het altaar van de menswording
(e), waaraan ook de kapel toegewijd was. Onder het marmeren altaarblad
waren de woorden in een marmersteen gebeiteld ‘HIC VERBUM CARO
FACTUM EST’: hier heeft het Woord het vlees aangenomen (e).
Links en recht van haardmuur was een doorgang naar de kamer van Maria;
ze had een rotsbodem, lag op een ietwat hoger niveau en werd bereikt met 3
trappen (f).
Door een gordijn of door vlechtwerk (puntlijn; g), was ze in twee helften
verdeeld.
-
In de voorste plaatste zij haar tafeltje, waarvóór ze bad, toen de
boodschapsengel haar verscheen (h).
-
In de achterste helft was haar bed, dat wanneer het op de vloer
opengerold was, nog plaats genoeg overliet voor Maria om zich te kleden
of te ontkleden (i).
Thans en niet onwaarschijnlijk ook in Maria’s tijd kon men uit dit slaaphokje
door een opening in de rotswand en langs een opstijgende trap van 16
treden een waterbak (men zegt ook: wijnpersbak) bereiken (j).
Van hier leidt een tweede opstijgende trap, die rechts draait, naar het
gelijkvloers en komt uit bij de sacristie.
***
Wat nu de ligging of verhouding van de grot tot de basilieken betreft, op
figuur B ziet men dat de grot gelegen was onder het priesterkoor van de kerk
van 1730, en vroeger in de middeleeuwse kerk onder haar noordelijke
zijbeuk.
In deze laatste stak het gewelf van de grot 3 m boven de grond of vloer uit,
in de latere kerk niet meer zo hoog, omdat haar vloer 1,20 m hoger ligt dan
die der kruisvaarderskerk.
Fascikel 3
343