background image
Een uur ten zuidwesten van deze stad, treft men op Samaritaans
grondgebied de eerste vlakte aan, die door een bergengte met de
Esdrelonvlakte samenhangt en er een verlenging van is; het is de
oude vlakte van Dotan, die nu in het Arabisch naar een naburige
stad Sahel Arrabeh heet, vlakte van Arraba; ze is van 200 m tot
240 m hoog; ze wordt goed bewerkt en is even vruchtbaar als de
vorige. In deze vlakte ligt op een hoge heuvel het bijbelse Dotan,
waar wij later ook Jezus zullen zien komen.
2) De laagvlakte Merdj el-Ghoeroeq
In haar zuidoosthoek hangt de Sahel Arrabeh door een engte
samen met een andere ruime vlakte, eveneens zeer vruchtbaar, de
laagvlakte Merdj el-Ghoeroeq; vroeger erg moerassig wordt ze nu
gedraineerd.
3-4-5-6) De vallei van Nabloes = Sahel el-Askar = Sahel
Radjib = Sahel Makna
Drie uren meer zuidelijk komen wij in de reeds vermelde
dwarsvallei tussen de bergen Ebal en Gerizzim.
- Naar de daar gelegen stad heet ze thans vallei van Nabloes.
Bij Flavius Josephus heet ze: ‘lange vallei’;
- haar oostelijk einde deint uit tot een ruime vlakte, die tussen de
omringende bergen gelijkt op een reusachtig amfitheater.
Hier draagt ze de naam Sahel el-Askar, naar het dorp Askar
aan haar noordelijke rand. Haar niveau is op dit punt 500 m;
- van hier wendt ze zich naar het zuiden en neemt in het
middendeel van deze zuidelijke verlenging de naam Sahel
Radjib aan, naar een dorp op die plaats.
- Meer zuidelijk tot aan haar einde bij Qoeza (Kibsaïm?) geeft
men haar de naam Sahel Makna, naam waarmee soms ook de
gehele zuidelijke verlenging aangeduid wordt vanaf Askar in
het noorden tot Qoeza in het zuiden.
Fascikel 8
111