background image
Gedaanteverandering van Jezus voor Eliud.
243.
In de nacht tussen 20 en 21 september zag ik hen weer hun weg
voortzetten, nu eens samen, dan weer gescheiden. Ik kreeg toen
iets wonderbaars, een onbeschrijfelijk verrukkelijk tafereel te
zien. Eliud sprak met Jezus, terwijl deze vóór Hem uit ging, over
zijn stevig gebouwd en schoon lichaam. Toen zegde Jezus tot
hem: “Moest gij dit lichaam over ruim een paar jaren
weerzien, gij zoudt er schoonheid noch gestalte aan
terugvinden; zó zullen zij Mij smaad en
mishandelingen aandoen.”
Eliud verstond dit niet, zoals hij evenmin verstond waarom Jezus
telkens weer sprak van zo’n korte duur van zijn Rijk; hij meende
dat Jezus toch wel tien, ja, twintig jaren nodig had om zijn Rijk
ook maar te vestigen; hij kon zich Jezus’ Rijk niet anders
indenken, omdat hij van geen ander dan van een aards koninkrijk
begrip had.
Fascikel 10
127