background image
Openbaar Leven van Jezus
Hoofdstuk II –
Joannes de doper (tot het doopsel van Jezus)
Joannes’ verblijf in de woestijn
(verhaald op 24 juni 1820)
261.
Ik zag de nog jeugdige Joannes tijdens zijn verblijf diep in de
woestijn allerhande boetplegingen verrichten: hij sliep op de
harde rots onder de blote hemel, liep met geweld over ruwe
stenen, door distels en doornen, geselde zich met doornen takken,
arbeidde zich moe aan bomen en stenen en lag lang in gebed en
beschouwing.
Dikwijls zag ik bij hem in de wildernis lichtende gestalten, en ik
zag hem eens op de leeftijd van ongeveer 17 jaar heimelijk en
onbemerkt het huis van zijn ouders bezoeken.
Zakarias was reeds dood, maar Elisabet leefde nog. (Moet zijn:
was ook dood, maar een nicht bewoonde het ouderlijk huis, zie
fasc. 7, geheel nr. 190).
Na dit bezoek drong hij nog veel dieper de woestijn in, dan hij tot
nog toe gedaan had; hij trok in noordoostelijke richting en
naderde het gewest, waar ik in mijn visioenen de wonderbare
Profetenberg en de bovenaardse wateren zie. (Hierover LATER
een woord). Hij kwam in het gewest, waar ik de H. Evangelist
Joannes veel later eens onder hoge bomen zag liggen schrijven
(nr. 2257). Er stonden daar hoge bomen, waaronder struiken
stonden met bessen, waarvan hij at. Ik zag hem ook van een kruid
eten; dit heeft ronde bladertjes gelijk de klaver, en een witte
bloem; bij ons thuis stonden dergelijke kruiden, doch kleiner; ze
groeiden onder de hagen. (Brentano plaatst hier tussen haakjes: de
hazenklaver, oxalis). De bladertjes smaken zuurachtig; als kind at
Fascikel 10
172