background image
Jezus gaat zonder enige vrees door de stad; Hij draagt meestal een
lang wit kleed (tuniek) in brei- (of weef-)werk; dit is een
profetenkleed. Dikwijls vertoont zijn uiterlijk niets opvallends of
buitengewoons en men verliest Hem gemakkelijk uit het oog,
doch andere malen is zijn verschijning gans buitengewoon en
zijn aangezicht is dan lichtend en bovennatuurlijk199.
199 Uiterlijk van Jezus soms lichtend. – Zeer merkwaardige mededeling.
Hoewel wij tot beknoptheid genoodzaakt zijn, geven wij onze aantekeningen
betreffende dit verschijnsel in Jezus onverkort weer.
-
Volgens Origenes (2e eeuw) heerste in zijn tijd bij velen de mening dat
Jezus’ uiterlijk niet steeds gelijk was.
Nu was Hij mooier, aantrekkelijker, bovennatuurlijker, stralender,
dan weer meer gewoon, enigszins naar gelang de aanwezige
mensen in een beter of slechter gezindheid verkeerden (cfr. Prat,
Jezus Christus, I, 529).
-
Wij lezen ook bij Keulers, die wel op oude gegevens steunt:
“Jezus matigde de schitterende glans van zijn ogen om de mensen
niet af te schrikken.” (Waar Jezus leefde, blz. 116).
-
In zijn commentaar op Matteüs zegt nog Origenes:
“Niet alleen werd ons aangaande Christus OVERGELEVERD dat er 2
zelfstandigheden (naturen) in Hem waren,
-
de menselijke waarin Hij voor iedereen zichtbaar was, en
-
de goddelijke, krachtens welke Hij op de berg voor zijn apostelen van
gedaante veranderde,
maar ook luidt een traditie dat Hij zich niet aan allen gelijk vertoonde,
doch verschillend, naar gelang de mensen die in aanraking met
Hem kwamen, het verdienden.
Op dezelfde wijze nam het manna een andere smaak aan, naar belang
de gesteldheid van eenieder. Deze traditie, besluit Origenes, lijkt mij
geloofwaardig.” (cfr. Prat, Jezus Christus, I, 529).
***
Deze traditie vindt bij K. een natuurlijke, gematigde interpretatie en
bevestiging.
-
In sommige omstandigheden verscheen Jezus goddelijker en als door
een aureool van majesteit omgeven.
-
In toorn en bij bestraffing boezemde zijn uiterlijk schrik en eerbied
in. Nopens dit punt hebben wij hier een 1e duidelijke uitspraak van haar.
Fascikel 13
580