background image
hetzelfde gezegd en het Godsrijk als nabij
aangekondigd had.
Hierop antwoordden zij zeer huichelachtig dat Hij zich in zijn
lering aan de regels der voorzichtigheid moest houden, aan de
joodse tradities geen afbreuk mocht doen en (aangezien Hij van
Joannes sprak), zich zijn gevangenneming tot waarschuwing
moest laten strekken.
Wat Hij over de vervulling van Daniëls weken, over de
nabijheid van de Messias en over de koning van de
Joden gezegd had, was heel voortreffelijk – het was
overigens ook hun eigen mening – doch waarheen zij ook hun
blikken mochten wenden om de Messias te ontdekken, zij konden
Hem nergens vinden.
636.
Jezus had de profetieën geheel algemeen op zichzelf
toegepast en zij hadden het goed begrepen, maar zij hielden zich
alsof zulk een veronderstelling niemand kon invallen en alsof zij
Hem in het geheel niet verstaan hadden, want zij wensten dat Hij
zich ondubbelzinnig zou verklaren om Hem te kunnen aanklagen.
Toen zei Jezus hun: “Schijnheiligen! waarom wendt
gij u van mij af en veracht gij Mij? Gij beloert Mij en
beraamt met de Sadduceeën een nieuw complot,
gelijk op het paasfeest te Jeruzalem! Wat bedoelt gij,
wanneer ge Mij door het geval van Joannes voor
Herodes waarschuwt?” En nu zegde Hij hun alle
schanddaden van de oude Herodes in het
aangezicht: al zijn aanslagen en moordpartijen, zijn
angst voor de nieuwgeboren Koning van de Joden,
zijn moordaanslag op de onschuldige kinderen en
zijn afgrijselijk einde, zoals ook alle misdaden van
zijn opvolgers, de echtbreuk van Antipas en de
gevangenneming van Joannes.
Fascikel 16
1012