background image
14. Dan zal aan de snelle de vlucht afgesneden zijn, de sterke zal zijn kracht niet kunnen
ontplooien en de krijgsheld zal er het leven niet afbrengen.
15. Ook de boogschutter zal niet standhouden en de snelvoetige zal niet ontkomen en de ruiter
zal er het leven niet afbrengen.
16. Ja, de kloekhartigste onder de helden zal te dien dage naakt wegvluchten, luidt het woord
des HEREN.
***
Amos 3
Het profetische woord
1. Hoort dit woord, dat de HERE over u spreekt, gij Israëlieten, over het ganse geslacht dat Ik
uit het land Egypte heb gevoerd:
2. U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw
ongerechtigheden aan u bezoeken.
3. Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn?
4. Brult een leeuw in het woud, zonder dat hij prooi heeft? Laat een jonge leeuw zijn gegrom
horen uit zijn hol, tenzij hij iets heeft gevangen?
5. Schiet een vogel neer op het klapnet op de aarde, zonder dat er een lokaas voor hem is?
Vliegt het klapnet op van de grond, zonder dat het iets vangt?
6. Wordt de bazuin in een stad geblazen, zonder dat de inwoners opschrikken? Geschiedt er een
ramp in een stad, zonder dat de HERE die bewerkt?
7. Voorzeker, de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de
profeten.
8. De leeuw heeft gebruld, – wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken, – wie zou
niet profeteren?
De straf op Israëls ongerechtigheid
9. Doet het horen op de burchten in Asdod en op de burchten in het land Egypte, en zegt:
Verzamelt u op Samaria’s bergen en aanschouwt de grote verwarring in zijn midden en de
verdrukking die men er vindt.
10. Ja, zij weten niet van recht doen, luidt het woord des HEREN, zij, die geweld en
onderdrukking opstapelen in hun burchten.
11. Daarom, zo zegt de Here HERE: De vijand! En rondom het land! Uw sterkte haalt hij van u
neer; en uw burchten worden leeggeplunderd!
12. Zo zegt de HERE: Zoals een herder uit de muil van een leeuw twee schenkels redt of een
lapje van een oor, zo zullen de Israëlieten gered worden, zij die daar in Samaria zitten in de
hoek van het rustbed en op het zachte kleed van de divan.
13. Hoort, en betuigt aan het huis van Jakob, luidt het woord van de Here HERE, de God der
heerscharen:
14. Voorwaar, ten dage dat Ik Israëls overtredingen aan hem bezoek, zal Ik ook bezoeking
doen aan Betels altaren, zodat de altaarhoornen afgehouwen worden en ter aarde vallen.
15. Dan zal Ik het winterhuis tegelijk met het zomerhuis neerslaan en de ivoren huizen zullen te
gronde gaan, ja vele huizen zullen hun einde vinden, luidt het woord des HEREN.
Uit: NBG-vertaling 1951
***
Men stoorde Hem niet en de Farizeeën luisterden met een
geheime nijd en afgedwongen bewondering. Het getuigenis van
Fascikel 20
1648