background image
ontving, en dat hij, aan ‘s Heren Moeder denkend, haar klaar vóór
zich zag, gelijk dit hem reeds als kind, en als man in de woestijn
geschiedde.”)
Jezus in Taänat-Silo. – De achttien verongelukte
bouwmeesters.
1009.
Nog 7 januari. –
(Vervolg van Jezus’ reis in nr. 1005).  
Jezus had ‘s morgens te Taänat-Silo in de synagoge
geleerd en ondermeer de parabel uitgelegd van de
koning die een gastmaal geeft (zie nr. 1005, laatste alinea
voor ‘het verloren drachme’).
Hier in Taänat waren er ook mensen die van Jeruzalem kwamen
en die het bericht bevestigden, dat Hij reeds ontvangen had,
volgens hetwelk er te Jeruzalem bij een bouwonderneming van
Pilatus een groot ongeluk gebeurd was waarbij achttien
bouwmeesters en zeer veel andere mensen verongelukt waren.
Dit nieuws had Jezus reeds vernomen van de 4 leerlingen, die in
de streek ten zuiden van Samaria tot Hem gekomen waren en
Hem dit verteld hadden als een gerucht dat de ronde deed (nr.
1005).
Jezus betreurde de onschuldige slachtoffers met het
gevoel waarmee wij aan de onschuldige kinderen
denken, en zei dat die 18 bouwmeesters, die
Herodianen waren, geen groter zondaars waren dan
de Farizeeën, de Sadduceeën en allen die het Rijk
tegenwerkten (Lk. 13, 4-5), maar dat ook dezen onder
hun verraderlijke, valse bouw te gronde zouden
gaan. Hij verhaalde hierop ook nog de parabel van
de onvruchtbare vijgenboom (Lk. 13, 6-9).
Fascikel 21
1883