background image
Jezus leerde bij het tolhuis voor heidenen en Joden.
Hier kwamen ook vreemde Farizeeën de sabbat vieren. Zij legden
Jezus te laste dat Hij zijn intrek bij tollenaars genomen had en met
hen en de heidenen omging.
‘s Avonds met het begin van de sabbat predikte Jezus
in de synagoge en geraakte in enige strijd met de
Farizeeën. De synagoge was vierhoekig en de leerstoel stond in
het midden; de toehoorders stonden op de treden die aan alle
zijden opstegen (muurbanken). Een grote menigte heidenen die
buiten stonden, zagen naar binnen door de geopende zuilengangen
en luisterden met ingehouden adem.
1 maart; Sabbat. –
Heden werd de oom van Bartolomeüs met 16 andere ouderlingen
in de hof van de baden gedoopt. Het water wordt uit een bron
omhooggetrokken in een hooggelegen kanaal, waardoor het naar
die hof geleid wordt. Judas Barsabas doopte. De gehele hof was
versierd als voor een feest en alles geschiedde luisterrijk en
plechtig en aan de armen werd veel uitgedeeld.
Jezus had nog een maaltijd bij de oom, die Hem vele aalmoezen
offerde. Daarna sprak Hij nog het slotwoord in de
synagoge voor de sabbat, nam dan afscheid van al
het volk in de tolplaats, deelde weer aalmoezen aan
de armen uit en ging nog deze avond, door vele mensen ver
-
Aram Damascus,
-
Aram Maächati,
-
Aram Soba, enz.
We vermoeden dat K. eerder had moeten zeggen: “tot in Aram-Maächa.” (=
Aram-Maächati).
Fascikel 23
2164