background image
meestal op kleiner wegen en vermeden de hoofdbanen, om de
toeloop van het volk, dat in groepen van Jeruzalem terugkeerde, te
voorkomen; zij gingen in verscheidene scharen, en Jezus nu eens
alleen, dan beurtelings met deze of gene groep.
De apostelen vragen om uitleg
(Mt. 17, 10-13; Mk. 9, 9-12).
Op deze weg naderden de apostelen, die getuige van de
gedaanteverandering geweest waren, tot Jezus en ondervroegen
Hem over deze woorden van deze nacht: “Zolang de Zoon des
mensen niet van de doden zal verrezen zijn.”
Zij hadden er tot nog toe voortdurend over gepiekerd, nagedacht
en gedisputeerd, en zij zeiden Hem: “De schriftgeleerden beweren
dat Elias nog eerst, vóór de verrijzenis, moet komen.”
Jezus antwoordde hun: “De mening dat Elias eerst
zal komen en alles weer zal herstellen, is juist, maar
Ik zeg u: Elias is reeds gekomen, maar zij hebben hem
niet erkend en hem behandeld naar hun boze wil,
gelijk het over hem geschreven staat. Evenzo zal ook
de Zoon des mensen van hen te lijden hebben.”
En Hij deed hierover nog veel andere uitspraken,
waaraan zij bemerkten dat Hij van Joannes de Doper
sprak633.
633 Het evangelie van de gedaanteverandering wordt ingeleid
-
door Matteüs en Markus met: “Zes dagen later” en
-
door Lukas met: “ongeveer acht dagen NA DEZE WOORDEN,
geschiedde het dat Jezus de apostelen Petrus, Jakobus en Joannes
meenam en de berg beklom …”
Uit het verhaal van onze zienster blijkt dat de vermelding van deze 6 of 8
dagen niet te tellen is vanaf Petrus’ belijdenis bij Cesarea, zoals men
algemeen meent, maar van Jezus’ leer over de zelfverloochening en het
lijden, meer bepaald van Jezus’ grote lering in de tempel op Pasen.
Fascikel 24
2298