background image
een appel. Toen verschenen vóór het midden van de linker- en
van de rechtervleugel van het leger, als wortelend in de zee, twee
hoge lichtzuilen, met boven een vlammenbundel. De vlam
verenigde zich in de hoogte tot een spitsboog en een sterke wind
dreef de zee uiteen over de ganse breedte van het leger, wel ter
breedte van een uur. En nu daalde Mozes over een zachte helling
tot op de bodem der zee af en het hele leger volgde in rijen van
ten hoogste vijftig man breed.
1332.
Eerst was de grond een weinig slibberig, maar weldra gingen zij
op de zachtste grasgrond als op tapijten voorwaarts. De
vuurzuilen lichtten hen voor en alles was zo klaar als op de lichte
dag. Maar het schoonste waren de eilanden waarover ze hun licht
uitstraalden en die als drijvende tuinen waren, vol van de
heerlijkste vruchten en alle soorten van dieren. De Israëlieten
verzamelden die vruchten en dreven de dieren met zich, want daar
zonder zouden zij op de overkant gebrek aan voedsel hebben
gehad. Het water van de zee was aan weerskanten niet als een
muur loodrecht doorsneden, maar als gelei geronnen; zij gingen
met snelle, ijlende stappen vooruit, als zwevend, even
onweerstaanbaar als iemand die van een berg neerwaarts loopt.
Het was om middernacht, toen zij de zee intraden. De kist met de
stoffelijke overblijfselen van Jozef werd in hun midden gedragen
(Gen. 50, 25-25; Ex. 13, 19). De lichtzuilen verhieven zich uit het
water, stegen omhoog, schenen te draaien en gingen niet over de
eilanden, maar er omheen. Op een zekere hoogte verloor zich hun
omlijning in een algemene lichtschijn.
Het water week niet op eenmaal, maar slechts naar gelang Mozes
naderde, eerst een kegelvormige ruimte latend en zich vervolgens
open spreidend tot de volle breedte van de doorwade plaats.
Daardoor zag men in de nabijheid van de eilanden de bomen en
vruchten zich bij de schijn van deze zuilen in de waterwanden
weerspiegelen.
Fascikel 26
2596