background image
De stad ligt op een voorberg en bestaat uit een oud en een nieuw
gedeelte, waartussen, door een dal, een riviertje vloeit, op welks
oevers ze gelegen zijn. De kleine rivier komt van het oosten en
vloeit naar (in de richting van) het Beloofde Land. Het bed van
deze rivier is zeer diep en de hoge oevers zijn door een brug van 2
sterk gemetselde bogen verbonden.
De wijk aan deze zijde van de rivier is onaanzienlijker, armer en
bijna uitsluitend bewoond door joodse herders die ook licht
bouwmateriaal (b.v. wanden van dierenhuiden of van vlechtwerk),
herders- en landbouwgereedschappen vervaardigen.
De wijk aan de overkant schijnt rijker, en is niet meer door Joden,
maar door heidenen bewoond. De mensen zijn hier niet meer
gans op zijn joods gekleed; velen dragen spitse hoofdkappen.
De wijk aan deze zijde (joodse) bezit een synagoge; ook is in
dezelfde wijk een springbron op een openbare plaats die met gras
begroeid en dan met wit zand netjes omgeven is. Dit is nog het
mooiste in geheel dit stadsdeel.
De Heer en de jongelingen gingen met hun waard naar de
synagoge en vierden er zeer gerust met al het volk de sabbat.
Na het gebed vroeg Jezus of Hij hun iets mocht
vertellen, en daar al die goede mensen verlangden
Hem te horen, vertelde Hij hun ondermeer de parabel
van de verloren zoon. Zij luisterden met grote aandacht en
bewonderden Hem grotelijks. Zij wisten echter niet wie Hij was.
Hij zei dat Hij een Herder was, die op zoek ging naar
verloren lammeren, die Hij, na ze gevonden te
hebben, in goede weiden wilde brengen.
Zij hielden Hem nu voor een Profeet en zij nodigden Hem uit naar
hun huizen en Hij onderrichtte hen in parabelen.
1502.
22 oktober. –
Heden leerde Jezus voor het volk in de openlucht bij
de springbron. Mannen en vrouwen zaten en lagen door
Fascikel 27
2926