background image
1524.
6 november. –
Heden begon één van de eerste feesten, die God de Israëlieten
geboden had, ik meen het Nieuwe-Maan-feest.
Het werd ‘s avonds in de synagoge gevierd. Daarna kwamen
allen met Jezus in het feesthuis tezamen.
Toen Hij tot de inwoners gezegd had, dat zij voor de
jonge echtgenoten een huis moesten bouwen, hadden
velen – en Jezus wist dit – gedacht en onder elkander ook gezegd:
“Heeft Hij misschien zelf geen huis? Weet Hij wellicht niet
waarheen en zou Hij bij deze mensen willen meewonen?”
Daarom zegde Jezus hun duidelijk dat Hij hier niet
zou blijven, dat Hij hierbeneden geen woning wilde,
dat zijn Koninkrijk eerst zou komen, dat Hij de
wijngaard van zijn Vader moest planten en met zijn
bloed begieten op de Kalvarieberg.
“Gij verstaat dit nog niet,” vervolgde Hij, “maar gij
zult het verstaan, wanneer Ik de wijngaard begoten
zal hebben. Dan zal Ik terugkeren uit een donker
land en mijn gezanten zullen u komen roepen; dan
zult gij Mij volgen en de stad verlaten.
Maar wanneer Ik de 3e maal kom, dan zal Ik allen
die mijn wijngaard trouw bebouwd hebben, in het
Rijk van mijn Vader binnenleiden.
Uw verblijf zal hier niet lang meer duren, daarom
moet het huisje maar licht en niet stevig zijn, een
tent die vlug afgebroken kan worden.”
1525.
Jezus onderrichtte hen ook nog lang over de
onderlinge liefde en zei dat zij allen als aan mekaar
geankerd moesten zijn, opdat de storm van de wereld
Fascikel 27
2955