background image
Zijn lang wollen kleed dat zwaar en doornat was van het water,
kleefde aan zijn lichaam vast. Hij had grote moeite om vooruit
te komen en nauwelijks was Hij op de overzijde van de beek
gekomen of Hij viel andermaal ten gronde. Met geweld
trokken zij Hem weer overeind en sloegen Hem ondertussen
met koorden. Onder het uitroepen van de schandelijkste
beledigingen schortten zij ook zijn doornat kleed in de gordel
op. Zo maakten zij toespelingen op het schorten van de
klederen onder het paasmaal en meer andere spotternijen van
dat soort haalden zij naar boven.
Het was nog geen middernacht toen ik Jezus aan de overzijde
van de Kedronbeek door de 4 gerechtsdienaars onmenselijk
voortgedreven zag worden op een allerellendigste, ongelijke
weg die weinig ruimte bood, terwijl de voetpaden ter zijde nu
eens lager, dan weer hoger liepen.
Men dwong Hem te gaan op scherpe stenen en rotsscherven;
men sleurde Hem door distels en doornen, men rukte Hem
onmenselijk vooruit en zij die achter Hem gingen, dreven
Hem voort onder vloeken en slaan31.
31 Scherpe stenen en rotsstukken. – Men kent de slordigheid van de
oosterlingen in het onderhoud van de wegen en de openbare netheid. Dit
bleef zo tot voor heel kort. Overigens waren de stenen zo overvloedig, dat
het ongedaan werk geweest zou zijn, ze alle te willen verwijderen.
Van de weg die door de Kedronvallei naar de Olijfberg voert, zegt Jos.
Keulers: “Onze weg wordt hoe langer hoe slechter, geheel bedekt met
stenen ‘des aanstoots’. Pelgrims struikelen en vallen, maar niemand
moppert, want heilige wegen als de weg van Jezus’ gevangenneming
worden niet geasfalteerd; wij volgen Jezus stap voor stap.”
Men kan dit vergelijken met een foto van de Kedronvallei bij het graf van
Absalom (dus bij de brug waarover Jezus geleid werd) in ‘t H. L. 5e jaargang,
56.
De weg naar Betanië volgend spreekt Leroux van paden met stenen en stof
bedekt, die sedert 2000 jaren onveranderd dezelfde gebleven zijn (blz. 84);
hij vermeldt ook aan beide zijden van de Kedron de vele keien die wegrollen
onder de voeten van de pelgrims en het gaan lastig en pijnlijk maken.
Fascikel 29
171