background image
Deze vrouw was Serafia, de echtgenote van Sirach, een lid van de
tempelraad. Naar aanleiding van hetgeen zij heden verrichtte,
bekwam zij later de naam Veronika (van ‘vera ikoon’, d.i. ‘ware
afbeelding’). Thuis had zij een kostbare, gekruide wijn bereid
met het heilig verlangen de Heer op zijn kruisweg daarmee te
verkwikken.
Terwijl zij smartvol op de uitvoering van haar verlangen wachtte,
was zij de stoet reeds eenmaal tegemoet gelopen; dit geschiedde,
toen de ontmoeting van Jezus en Maria plaats had en ik zag haar,
niet ver van dit gebeuren, met een meisje aan de hand dat zij tot
haar pleegkind had aangenomen, gesluierd en onrustig langs de
stoet aankomen. Het grote gedrang maakte het haar toen evenwel
onmogelijk tot bij Jezus door te dringen en zo was zij dan naar
haar huis teruggekeerd om daar de Heer af te wachten.
Met een doek over haar schouders en gesluierd kwam zij nu weer
de straat op. Het meisje dat ongeveer 9 jaar oud was en dat onder
een afhangend doek een kan of kruikje wijn verborgen hield,
stond naast haar, toen de stoet naderde. Zij die voorop gingen
trachtten te vergeefs haar terug te drijven; zij was buiten zichzelf
van liefde en medelijden en drong met het kind dat zich aan haar
kleed vasthield, door het ter zijde meelopend gepeupel en dan
dwars tussen de soldaten en gerechtsdienaren en kwam midden op
de weg bij Jezus.
Nu viel zij op haar knieën en hief haar doek met het ene uiteinde
open gespreid naar Hem omhoog, terwijl zij deze smeekbede tot
Hem richtte: “Gedoog dat ik het gelaat van mijn Heer en Meester
afdroog!”
Jezus vatte de doek met de linkerhand vast en drukte
hem met de open vlakke hand tegen zijn bebloed
aangezicht. Vervolgens bracht Hij zijn linkerhand
met de doek naar zijn rechterhand, waarmee Hij het
kruis omvat hield, drukte de doek tussen beide
handen samen en reikte hem haar tenslotte met een
dankwoord terug.
Fascikel 31
417