background image
1919.
De Farizeeën te paard bleven staan aan de westkant vóór de
aarden-wal-kring. Aan deze zijde is de heuvelhelling zacht, doch
aan de kant naar de stad, langs waar men de veroordeelden naar
boven brengt, is ze woest en steil. Een honderdtal Romeinse
soldaten, afkomstig van het Zwitserse grensgebied, maakten deel
uit van de wacht. De enen stonden hier en daar op de berg
opgesteld, de anderen rondom de aarden wal, die de plaats der
terechtstelling omgaf. Enigen stonden bij de 2 moordenaars die
niet geheel tot boven op de bergvlakte gebracht waren wegens
haar beperkte ruimte114, doch die met de armen op de
dwarsbalken van hun kruisen gebonden, een weinig onder de
plaats der terechtstelling, waar de weg naar het zuiden draait, op
hun rug gelegd waren.
Een grote menigte, overwegend gemeenvolk, vreemdelingen,
knechten, slaven, heidenen en vele vrouwen, allemaal lieden, die
voor verontreiniging niet op hun hoede hoefden te zijn, stonden
gedeeltelijk rondom de aarden kring en deels op de omliggende
heuvels115.
114 De moordenaars waren niet geheel tot boven gebracht, maar gelaten bij
of op de steile noordoosthelling. Dat deze kant steil was, is ook uit de
archeologie gebleken, zie b.v. de bovenste van de 4 schetsen die we verder
zullen plaatsen en waar een grond met diepe kelders het verlengstuk der
oosthelling van de heuvel is; cfr. Mislin, II, 180.
De moordenaar lag bij de draai van de weg, die aan de noordkant met een
trap de heuvel oploopt (nr. 1961).
De klederen van Jezus zullen verloot worden op de plaats waar de
moordenaars gelegen hadden (nr. 1932). Welnu, aan dit laatste gebeuren,
de verdeling van de klederen, herinnert een kapel in de H. Grafkerk,
ongeveer 20 m ten noordoosten van de top van Kalvarië.
115 Omliggende hoogten. – In de Tuinenwijk of hoek, gevormd door de
stadsmuren die uit het noorden en westen samenlopen, waren er meerdere
kleine hoogten zoals Kalvarië: “In die omgeving zag men enige rotshoogten,
min of meer naakt.” (D.B. Calvaire, c. 80).
Fascikel 31
442