background image
Aankomst van Simon en enkele leerlingen.
2210.
Meegedeeld op 11 augustus 1821. –
Ik zag heden nog een andere apostel – dit was de negende –
namelijk Simon (= Simeon) hier aankomen.
Nu ontbraken alleen nog Jakobus de Meerdere, Filippus en
Tomas.
Ook zag ik dat er nog enkele leerlingen aangekomen waren, onder
wie ik mij Joannes Markus en die zoon of kleinzoon van de
ouderling Simeon herinner, (die Obed heette en) die voor Jezus
het laatste paaslam geslacht en toebereid had en die toen in de
tempel een ambt als opzichter of keurder der offerdieren had.
Er waren hier nu reeds een twaalftal man verenigd.
Bij het altaar had weerom een goddelijke dienst plaats en enige
van de nieuw aangekomenen zag ik met hoog opgeschorte
klederen (daarbij tegenwoordig), zodat ik meende dat zij na de
godsdienstoefening onverwijld weer wilden vertrekken.
Vóór het bed van de H. Maagd stond een klein, laag, driehoekig
bankje, gelijkend op dat waarop zij in de geboortegrot de
geschenken van de H. Driekoningen in ontvangst had genomen.
Er stond een schoteltje op met een bruin doorzichtig lepeltje. Ik
zag heden slechts één vrouw in de woning der H. Maagd.
Na de plechtigheid aan het altaar zag ik Petrus haar weer de H.
Communie toereiken. Hij bracht ze haar in het boven vermelde,
kruisvormige vaatstuk of bedieningdoos. De apostelen vormden 2
rijen vanaf het altaar tot de legerstede en terwijl Petrus met het
Allerheiligste tussen hen doorging, maakten zij een diepe buiging.
De schermwanden of schutsels rondom de legerstede der H.
Maagd waren naar alle zijden opengezet.
***
Fascikel 34
66