background image
Marteldood der apostelen Simon en Taddeüs.
2293.
Ik heb ook hun dood gezien, namelijk in een groot visioen op het
leven van Taddeüs, waarvan ik mij alleen nog het volgende
herinner.
In het begin had hij, naar ik zag, een herdersstaf gelijk de
overigen. Maar dieper in die gewesten gekomen droeg hij een
knuppel (Prügel), die ik ook bij hem gezien had, toen ik hem voor
het eerst in een kortstondig visioen door de wildernis zag lopen.
Ik zag hem en zijn metgezel Simon, door vele mensen opgeleid,
in een groot tentenkamp aankomen. De kleding van de mensen in
die kampeerplaats vertoonde een grote verscheidenheid; vele
droegen lange en wijde klederen; anderen zeer nauwe en korte; zij
droegen een kap met van achteren een lange kam; ook stak bij
velen een bijl in de gordel.
Bij de aankomst van Taddeüs en van de anderen in het legerkamp
zag ik kleine, zwarte en bruine naakte kerels, met vreselijk dikke
krullenkoppen zo breed als hun schouders, uit de tenten komen en
her- en derwaarts lopen, en ik zag hen tenslotte zich buiten de
legerplaats in donkere plaatsen, moerassen en oude muren en als
in de aarde verbergen. Één daarvan zag ik uiterst woedend op
Taddeüs toelopen en hem met een lelijke, opgestoken snuit
aangrijnzen en dan aanstonds wegvluchten.
Ik herinner mij dat die kerels in het kamp hen nog op alle
manieren heimelijk en listig tegenwerkten, zodat b.v. de mensen
die Taddeüs en zijn gezelschap omgaven, toornig werden,
wanneer zij hen toespraken. Zij (de 2 apostelen) werden heen en
weer geleid en ook bij de voornaamsten van allen gebracht.
Hierna werden zij weer meer vriendelijk behandeld en in een
woning gebracht, die wat vaster was en anders dan een tent. Hier
waren nog meer lieden. Daarna zag ik opnieuw hoe enige
mannen die geen soldaten waren, anderen ophitsten, en ik zag dat
het weinig scheelde of een groot oproer brak tegen hen uit.
Fascikel 36
246