tijdspanne getroost en geholpen zou worden.
Het onverstand van mijn omgeving zou groot genoeg
zijn om mij de dood te veroorzaken, maar alles moest
ik moedig en geduldig doorworstelen.
Sedert ik met dat zwarte gewaad bekleed ben, doorboort mij alles;
alles wondt en verscheurt mij. Ik zie alle harten en wat erin
omgaat, alle gevoelens; ik zie, ik hoor alles wat over en tegen mij
gezegd wordt!; het is mij een helse kwelling!”
De lezer zal het dus begrijpelijk vinden dat de Pelgrim in deze 10 weken
geen uitvoeriger mededelingen heeft kunnen bekomen, dan die welke
hem hierna aangeboden worden; hij kan er ook uit besluiten welke
moeite het de schrijver, zowel als de verhaalster gekost heeft, om de
volgende fragmenten uit die zee van bittere smarten te redden.
Erger nog was het in de dagen tussen 5 en 15 februari, waarin de
mededelingen nagenoeg onderbroken waren. Immers, haar oude
geestelijke vriend, priester Lambert, die wegens de revolutie uit Amiens
en Frankrijk uitgeweken was, had zij op 9 februari door de dood
verloren. Om hem eerst de genade van een zalige dood en daarna een
spoedige verlossing uit de louteringsplaats te bekomen, had zij de
lichaamspijnen van de stervende mee geleden en het grootst denkbare
lijden op zich genomen.
Door die overmaat van lijden gedwarsboomd, kon zij in de volgende
dagen slechts de hier volgende karige mededelingen doen.
***
Aan deze nota voegen wij toe: Wie haar leven enigermate kent – in
dit dubbel jubeljaar van de zienster, 1974, hebben wij een
beschrijving van haar leven in 2 lijvige boekdelen uitgegeven – kan er
zich niet genoeg over verbazen, dat zulk een uitgebreide literatuur
over de heilsgeschiedenis uit de verzameling van haar mededelingen
is kunnen ontstaan, maar toch mogen wij bedenken dat de dagelijkse
communie haar telkens een aanzienlijke rustpoos in haar lijden
verschafte en nieuwe krachten meedeelde.
Fascikel 28
3189
|